CPV.png

Komt de nieuwe pensioenwet op tijd?



De nieuwe pensioenwet komt eraan, maar komt-ie op tijd?


Na lang wachten ziet het ernaar uit dat de Tweede Kamer zich binnenkort kan buigen over de grootste stelselhervorming sinds de invoering van de basisverzekering in de zorg. Het FD zet vier hobbels op een rij.

Drie jaar na het pensioenakkoord lijkt het eindelijk zover dat de Tweede Kamer zich binnenkort erover kan uitspreken. Een succes, na een lange lijst van gemiste deadlines bij de pensioenhervorming. De volgende staat al in de agenda: 1 januari volgend jaar zou de nieuwe pensioenwet al moeten ingaan.

Het FD zet vier hobbels op een rij, op weg naar de volgende fase van de grootste stelselhervorming sinds de invoering van de basisverzekering in de zorg, die van het pensioenstelsel van €1700 mrd.

Tempo, tempo

Op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is met man en macht gewerkt om het wetsvoorstel met bijbehorende stukken — alleen de memorie van toelichting is naar verluidt al 400 pagina's — voor 1 april naar de Tweede Kamer te kunnen sturen. Die belofte, gedaan door pensioenminister Carola Schouten, wordt waarschijnlijk gehaald. Dat is dan het startschot voor de officiële politieke behandeling van de Wet toekomst pensioen. Het ligt daarna in de handen van de leden van de Tweede en de Eerste Kamer of de ingangsdatum wordt gehaald, of niet.

Het nieuwe stelsel zou beter passen bij de flexibelere arbeidsmarkt, eerlijker en transparanter zijn. En niet in de laatste plaats: pensioenen zouden in economisch goede tijden sneller omhoog kunnen. De afgelopen tien jaar stonden miljoenen pensioenen stil en werd de koopkracht van gepensioneerden uitgehold door inflatie. Werkgevers, pensioenfondsen en pensioenuitvoerders moeten nog ontzettend veel werk verzetten om het nieuwe stelsel in te voeren. Maar uitstel betekent iedere keer dat hun schema's weer gaan schuiven.

Sociale partners en pensioenfondsen verwachten nu nog tot uiterlijk 1 januari 2027 nodig te hebben. Hoe later de wet komt, hoe krapper die deadline weer wordt. 'Voor het draagvlak is het belangrijk dat het niet nog langer duurt', zegt een Haagse ingewijde. 'Het duurt allemaal al zo lang.'

Wat verandert er?


Het belangrijkste verkoopargument voor het nieuwe pensioenstelsel is dat het meer kans biedt op een verhoging van het pensioen. De afgelopen tien jaar stonden miljoenen pensioenen stil, waardoor de koopkracht met wel 25% afnam. Het nieuwe stelsel laat de zekerheid over de minimale hoogte van het pensioen los. Daardoor hoeven fondsen minder buffers aan te houden en verdwijnen de rekenrente en de dekkingsgraden. De (verwachte) pensioenuitkering wordt straks berekend met behulp van een projectierendement. Als het echte rendement tegenvalt, moet het pensioen omlaag. Omdat fondsen geen buffers meer hebben, zou dat vaker kunnen voorkomen. Om die kans te verkleinen, kunnen pensioenfondsen alsnog een solidariteitsbuffer aanleggen. Fondsen moeten straks kiezen tussen twee pensioencontracten, solidair of flexibel. In de eerste variant is de buffer verplicht, in de tweede niet. Volgens recente berekeningen zou een buffer van 5% genoeg zijn om uitkeringen op peil te houden. Er komt een maximum aan de pensioenpremie van waarschijnlijk 33%. Vooral ondernemingspensioenfondsen zitten daar nu regelmatig boven. Daarnaast verandert onder meer ook het nabestaandenpensioen en komt er een experiment met deelname van zzp'ers aan pensioenfondsen. Wat blijft: de verplichte aansluiting van werkgevers bij fondsen voor hun sector, de levenslange pensioenuitkering en het streven naar een pensioen van ten minste 80% van het middelloon na 42 jaar werken.

Politieke wildcards

De 'pensioencoalitie' van regeringspartijen, aangevuld met GroenLinks en Partij van de Arbeid, die zich achter het pensioenakkoord van 2019 (en de heronderhandeling in 2020) schaarden, houdt tot nog toe stand. De Partij van de Arbeid sleepte er eind vorig jaar nog een versoepeling van de indexatieregels voor pensioenfondsen uit, die mogen toch al wat eerder de pensioenen gaan verhogen. Nog voordat de wet echt van kracht is. De vraag is of partijen nog nieuw politiek wisselgeld gaan vragen. Bijvoorbeeld een nieuwe regeling voor mensen met zware beroepen, de huidige afspraken uit het pensioenakkoord lopen nog maar tot 2025.

De ‘wildcard’ is de Eerste Kamer, waar de coalitie geen meerderheid heeft. Senator Martin van Rooijen van 50Plus voert daar het verzet tegen de hervorming aan. Hij wil 'het beste pensioenstelsel van de wereld' behouden, met een hogere rekenrente. Van Rooijen is niet van plan zich te laten opjagen en kondigt aan uitgebreid de tijd te willen nemen voor de behandeling. Krijgt hij bijval, bijvoorbeeld vanuit GroenLinks of de PvdA, of misschien zelfs de CDA-fractie in de senaat?

De actuele discussie over het ontkoppelen van AOW en minimumloon helpt niet. Een meerderheid in de Eerste Kamer wil dat het kabinet het staatspensioen fors verhoogt, de coalitie wil geld niet uitdelen op basis van leeftijd, maar kijken naar wie er het hardst wat extra's nodig hebben.

Bezwaarrecht

Tegenstanders van de pensioenhervorming richten hun pijlen op het voornemen om in het wetsvoorstel het zogeheten 'individueel bezwaarrecht' te schrappen. Zij stellen dat een werknemer of gepensioneerde die echt niet wil overstappen naar het nieuwe pensioen, in het oude stelsel moet kunnen blijven. Pensioenfondsen, sociale partners en het ministerie zien dat niet zitten — en volgens ingewijden vinden zij de Raad van State aan hun kant. Die zou geen onoverkomelijke bezwaren zien.

In het pensioenakkoord is afgesproken dat pensioenfondsen in principe allemaal, en met al hun deelnemers, overstappen naar het nieuwe stelsel. Alleen dan zouden de sommen die eraan ten grondslag liggen, uitkomen. Als er veel mensen bezwaar maken tegen de overstap, mislukt de pensioenhervorming. Als een enkeling dat doet, moeten de fondsen een dure tweede administratie in de lucht houden, tot alle bezwaarmakers zijn overleden. Dat kan tientallen jaren duren.

Van alle mensen die in 2019 het pensioenakkoord presenteerden, zijn er drie jaar later nog maar twee betrokken bij de uitvoering. Alleen Jacco Vonhof van MKB-Nederland (helemaal links) en Nic van Holstein van de VCP (uiterst rechts). Tussen hen in (vlnr): Marc Calon (destijds LTO Nederland), toenmalig minister Wouter Koolmees (SZW), de overleden oud-voorzitter Hans de Boer van VNO-NCW, scheidend SER-voorzitter Mariëtte Hamer, en de oud-vakbondsvoormannen Han Busker (FNV), en Arend van Wijngaarden (CNV). Foto: Dirk Hol/ANP

Er is gespeeld met het idee om bezwaarmakers allemaal over te brengen naar een apart — nog op te richten - eigen fonds. Maar 'dat moet je niet willen', zegt een betrokkene. Zo'n gesloten fonds waar geen premie meer binnenkomt, kan nauwelijks risico's nemen in het beleggingsbeleid. Een tegenvaller op de beurs is immers moeilijk op te vangen. Het blijft ook vastzitten aan de huidige rekenregels, met een rekenrente en dekkingsgraden.

Snappen we het nog?

Een belangrijk doel van de pensioenhervorming was dat het nieuwe stelsel begrijpelijker moest zijn. Maar die belofte is afgelopen jaar stilzwijgend losgelaten, blijkt uit een nog vertrouwelijk advies van het Adviescollege Toetsing Regeldruk, dat dit najaar kortstondig online te lezen was. 'Dat moet vanuit optiek van minder regeldruk voor burgers en bedrijven worden betreurd', staat in het advies.

Het college waarschuwt ook voor slecht verwachtingsmanagement. De meest genoemde reden voor de hervorming is dat fondsen het pensioen straks eerder mogen verhogen, de keerzijde is echter dat het ook sneller omlaag kan. Dat levert 'frictie' op met de verwachtingen die nu worden gewekt, schrijft het Adviescollege. Met het gevaar dat de burger teleurgesteld raakt en vertrouwen in de politiek verliest.




0 weergaven0 opmerkingen