CPV.png

Nieuwe Pensioenwet naar Tweede Kamer, nog heel wat weerstand te overwinnen



Nieuwe Pensioenwet naar Tweede Kamer, nog heel wat weerstand te overwinnen


Pensioenfondsen moeten alle al opgebouwde miljarden volgens het wetsvoorstel verdelen in persoonlijke pensioenvermogens voor hun miljoenen deelnemers. Die verdeling leidt ‘onvermijdelijk tot spanningen’, waarschuwt de Raad van State.

In het kort


Minister Schouten voor Pensioenen heeft de nieuwe Pensioenwet naar de Tweede Kamer gestuurd.

Die sluit volgens haar beter aan op de huidige arbeidsmarkt en geeft meer perspectief op een hoger pensioen.

Verdeling van de circa €1800 mrd aan pensioenvermogen lijkt het grootste strijdpunt rond het wetsvoorstel te worden.

Schouder aan schouder presenteren de minister voor Pensioenen, Carola Schouten, en de voorzitters van werkgevers en vakbonden woensdag de nieuwe Pensioenwet. Die sluit volgens Schouten beter aan bij de huidige arbeidsmarkt, biedt 'eerder perspectief' op indexatie, verhoging van de pensioenen en stabielere premies voor werkgevers en werknemers.

Met het verzenden van het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer begint, drie jaar na het pensioenakkoord van 2019, de politieke behandeling van de grootste hervorming in het Nederlandse sociale stelsel in decennia. Daar is haast bij: de beoogde ingangsdatum is al 1 januari 2023. De eenheid die kabinet en polder willen uitstralen zal de komende maanden hard nodig zijn om het wetsvoorstel door de Tweede en daarna Eerste Kamer te loodsen. 'De gezamenlijkheid is een voorwaarde voor het succes', aldus Schouten.

Strijd om miljarden

In het slechtste geval ontbrandt nu de strijd over de verdeling van het pensioenvermogen van ruim €1800 mrd die nodig is voor de invoering van het nieuwe stelsel. De beloofde vaste pensioenuitkering verdwijnt als het wetsvoorstel wordt aangenomen, hoe hoog het pensioenvermogen is bepaald straks de hoogte van het pensioen. Fondsen moeten daarvoor eerst alle al opgebouwde miljarden gaan verdelen in persoonlijke pensioenvermogens voor hun miljoenen deelnemers; werknemers en gepensioneerden, het zogeheten “invaren”.

Dat leidt ‘onvermijdelijk tot spanningen’ waarschuwt de Raad van State, in een verder overwegend positief advies over het wetsvoorstel. De hoogste adviseur van de regering hamert dan ook op ‘voldoende draagvlak’ voor alle besluiten die worden genomen bij het invaren. Over regels waarmee fondsen deze miljarden moeten verdelen, is de afgelopen jaren achter — en voor — de schermen voortdurend discussie geweest. Eenmaal verdeeld, is dat niet meer terug te draaien. Met name gepensioneerden zijn bang dat zij te weinig gaan krijgen. Ouderenorganisaties noemen woensdag de wet 'in de huidige vorm onacceptabel' en de verdeling 'een black box'.

Getouwtrek tussen generaties

In het wetsvoorstel krijgen pensioenfondsen wel de ruimte om bij de overgang naar het nieuwe stelsel een beetje met de verdeling van het vermogen te schuiven, als in de overgang het fonds op pensioenuitkeringen zou moeten korten. Maar dat mag de overige deelnemers niet meer dan 5% van hun persoonlijke vermogen kosten. Nog één keer herverdelen, om daarna een einde te maken aan het getouwtrek tussen generaties, is de gedachte.

Bij die gedachte hoort ook dat oudere werkenden worden gecompenseerd voor het gat dat valt in hun pensioen met het verdwijnen van de zogeheten doorsneesystematiek. Jongeren betalen in het huidige systeem mee aan de pensioenopbouw van oudere collega's. Tegen de tijd dat zij zelf ouder worden, betaalt een nieuwe generatie voor hen. Dit systeem wordt afgeschaft, maar daardoor lopen de huidige veertigers en vijftigers pensioenopbouw mis.

Werkgevers en werknemers moeten nog afspraken maken over het vullen van dit gat. Hoe groot dat is, is ook nog steeds niet helemaal duidelijk, maar het gaat om miljarden. 'Wij hadden op dit punt liever een wettelijke verplichting gezien', zegt bestuurder Ruud Stegers van de Vakcentrale voor Hoger Personeel. De kleinere vakbond is aldoor kritisch geweest over het uitblijven van harde afspraken over deze compensatie.

Politiek compromis

De wet is een compromis, lang niet alle politieke wensen zijn volledig vervuld. Zo wil de linkerzijde van de pensioencoalitie bestaande uit regeringspartijen, PvdA en GroenLinks, zekerheid krijgen dat het aanvullend pensioen wel echt 'solidair' is en blijft. Dat er weinig is afgesproken over pensioen voor zzp'ers ligt ook niet lekker. Net als het uitblijven van een permanente vroegpensioenregeling voor mensen met zware beroepen. Ook FNV-voorzitter Tuur Elzinga, die naast Schouten stond, vindt dat daar 'zo snel mogelijk' een oplossing voor moet komen.

Aan de liberale kant, bij VVD en D66, ligt de nadruk op meer individuele keuze en vrijheid. Maar een premievakantie of veel verdergaand, het zelf kiezen van je pensioenfonds, zit niet in de nieuwe afspraken. Oppositiepartijen als SP, PVV en 50Plus zijn ronduit kritisch, zij hadden liever een verhoging van de rekenrente gezien. Dat levert direct hogere pensioenen op, maar ook veel meer onzekerheid over toekomstige pensioenuitkeringen.

De al maar dalende rente, de daardoor lage dekkingsgraden en dreigende pensioenkortingen speelden een grote rol tijdens de onderhandelingen over deze grootste hervorming ooit van het Nederlandse pensioenstelsel. Grote pensioenfondsen als ABP, PFZW en de metaalfondsen PME en PMT haalden gemiddelde rendementen van 8%, maar konden daardoor toch de pensioenen niet verhogen. Dat moet anders worden als zij over zijn naar het nieuwe stelsel, uiterlijk eind 2026 — mits de wet voor 1 januari door beide Kamers is aangenomen. Bovendien mogen fondsen in de overgangsperiode al sneller de pensioenen verhogen, vanaf een gemiddelde dekkingsgraad van 105%.

Maar sinds werkgevers en werknemers hun handtekening onder de plannen zetten, is de wereld veranderd. De rente is snel aan het stijgen, daardoor is de rekenrente voor pensioenfondsen voor het eerst in drie jaar weer boven 1% uitgekomen. En gaan ook de dekkingsgraden omhoog. Pensioenfonds ABP, het grootste van Nederland, had twee jaar geleden een dekkingsgraad van 82% en er dreigden forse kortingen. Inmiddels is de dekkingsgraad 112% en komt indexatie in beeld. Dat zou aan de ene kant de druk van de ketel kunnen halen voor hervormingen. Aan de andere kant biedt het wat meer ruimte om de pot te verdelen, zonder dat iemand er op achteruit gaat.

'Onacceptabel'


Ouderenorganisaties vinden de wet 'in de huidige vorm onacceptabel', zeggen zij woensdag. Voorlopig hebben gepensioneerden niets aan het beloofde 'perspectief op indexatie' zeggen ANBO, KBO-PCOB, Koepel Gepensioneerden en NOOM. 'Het met de nieuwe wet beloofde koopkrachtige pensioen blijkt een illusie', zegt voorzitter John Kerstens van de Koepel voor Gepensioneerden, tot vorig jaar PvdA-Kamerlid. Want totdat pensioenfondsen over zijn naar het nieuwe stelsel, voor velen pas in 2026, is indexatie nog afhankelijk 'van de uitermate wispelturige marktrente'. Pensioenfondsen mogen straks indexeren als zij een jaar lang gemiddeld een dekkingsgraad van ten minste 105% hadden, in plaats van 110%. Daar komen steeds meer fondsen bij in de buurt, maar een kleine daling van de rente kan dat weer veranderen. Gepensioneerden vinden ook dat zij te weinig inspraak krijgen over wat er met hun huidige pensioenrechten gebeurt. Als een pensioenfonds naar het nieuwe stelsel overstapt, kan een deelnemer niet zelf beslissen achter te blijven in het oude, het zogeheten 'individueel bezwaarrecht' geldt dan niet. De Raad van State ziet daarin overigens geen probleem.




0 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven